K l e u r C o l l a g e s C o l o r C o l l a g e s C o l l a g e s C o l o r i q u e
de kleurenleer
van
J O H A N N W O L F G A N G V O N G O E T H E
"Die Farben sind Taten des Lichts,
Taten und Leiden."
Beiträge zur Optik I (1791) , Beiträge zur Optik II (1792) en Von den Farbigen Schatten III
werden tesamen gepubliceerd als:
Zur Farbenlehre in 1810.
(Johann Wolfgang von Goethe, Farbenlehre, 1810, Hrsg. Gerhard Ott / Heinrich O. Proskauer, Stuttgart 1988, 5 Bände)
Johann Wolfgang von Goethe schrijft:
"...de vage
violette
schaduwen
van
bomen
en
overhangende
rotsen,
in de door
een
gele
middagzon
beschenen
sneeuw,
die
met
het
verstrijken
van de tijd
steeds
blauwer
worden,
in
een
naar
donkergeel-oranje
kleurend
zonlicht.
Wanneer
de zon
ondergaat
en
het
sprookjeslandschap
in een
rode gloed
baadt,
zijn
de
schaduwen
zelfs
groen
gekleurd."
Natuurfilosofen uit de tijd van Goethe, vermengden onderzoek en feiten met hun eigen visie en gevoel. Kleuren zijn niet alleen maar natuurlijke golflengtes, maar ook individuele waarnemingen met levende gevoelswaarden en emoties.
Kleuren worden immers gevormd in het brein, via de menselijke ogen. Goethe’s kleurenleer is een theorie van de waarneming, aan de hand van eenvoudig uit te voeren proeven, waarmee hij een organisch geheel opbouwt en waaruit dan langzaam maar zeker de kleurenleer tot bloei komt.
Volgens Goethe zijn er twee basiskleuren: hemelsblauw en geel. Blauw ontstaat door de aanschouwing van donker door het licht heen, zoals we overdag de hemel zien ('s nachts is die zwart, maar als de atmosfeer overdag door het zonlicht wordt verlicht, nemen we die zwarte koepel als hemelsblauw waar).
Andersom ontstaat geel door de aanschouwing van licht door het donker heen, zoals we het "witte" zonlicht waarnemen door de relatief donkere atmosfeer.
Deze beide kleuren zijn oerfenomemen: fenomenen die niet tot andere fenomenen te herleiden zijn.
Hetzelfde kan men waarnemen bij een kaarsvlam in een donkere ruimte: hemelsblauw wanneer men door de vlam de donkere ruimte erachter waarneemt (onderaan de vlam) en geel, daar waar de verbranding het meest intens is (in de kern).
De essentie is dat Goethe ontdekt dat het menselijke oog (--->brein) complementaire kleuren oproept.
Een gekleurde schaduw is hetzelfde fenomeen. Waar schaduw valt ontbreekt licht en daarom is er ook geen kleur.
Het oog vult deze lacune aan met de complementaire kleur, bijvoorbeeld paars bij geel; zonlicht is hiervan een bekend voorbeeld. Geel wordt dan via oranje tot rood, lichtblauw langs donkerblauw paars. De intensivering wordt veroorzaakt door het toevoegen van een rode component.
Goethe verbindt de twee kleurlijnen in hun geïntensiveerde en lichte pool: lichtblauw met geel geeft groen, rood met paars geeft magenta. Magenta is de sterkste kleur en staat daarom bovenaan; groen komt dan vanzelf onderaan. Zo ontstaat een kleurencirkel.
Het basisprincipe van de tegenstelling tussen licht en donker komt terug in het contrast tussen de kleuren onderling.
De complementaire kleuren liggen tegenover elkaar: rood tegenover groen, oranje tegenover blauw, geel tegenover paars.
Kleuren die elkaar niet raken (en niet in elkaar overvloeien of direct uit elkaar voortkomen) noemt hij karakteristieke kleuren, zoals bijvoorbeeld: rood, geel en blauw en ook paars, oranje en groen.
all pictures, photographs and this stopry on this website are worldwide copyright protected (Sabam) and therefore may not be used in any way without
written consent of the creator/owner - copyright 2009 Saskia Lupini-Klute
alle foto's en dit verhaal op deze internet site zijn auteursrechtelijk beschermd (Sabam) en mogen daardoor zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming
van de maker niet gecopiëerd worden - copyright Saskia Lupini-Klute
***